Verpleeghuisarts
In november 1972 maakte ik tijdens mijn keuzeco-schap sociale geneeskunde kennis met wat toen het verpleegtehuis heette. Nog vóór mijn afstuderen in december daarop, maakte ik de bewuste keuze om als verpleeghuisarts te gaan werken. Tijdens mijn opleiding was het verpleeghuis totaal niet aan de orde geweest.
Ik kwam terecht bij een enthousiast artsenteam van de afdeling geriatrie van de GG en GD te Amsterdam en werd geplaatst in één van de vele verpleeghuizen in Amsterdam, onder de bezielende leiding van het toenmalige hoofd van de afdeling geriatrie.
Er heerste een ware pioniersgeest, het verpleeghuis stond in de schaduw van de samenleving, vele ontwikkelingen begonnen toen: reactivering in het verpleeghuis, verbetering van leefklimaat, aandacht voor specifieke geriatrische problematiek, er kwamen cursussen voor verpleegkundigen en verpleeghuisartsen, kortom het beleid werd gericht op: “toevoegen van leven aan de jaren”.
Wat mij toen aantrok in het verpleeghuis en wat voor mijn gevoel absoluut niet is veranderd, was de teamgeest, het samenwerken met verschillende disciplines voor de patiënt, het knokken voor een bewoner, de inzet van alle disciplines en de behandeling gericht op de gehele patiënt, dus op lichamelijk, geestelijk en sociaal gebied, de verwondering en blijdschap bij soms kleine, maar belangrijke stapjes vooruit.
Iets anders wat in die tijd belangrijk voor mijn keuze was, maar wat je niet zo uitsprak, was het feit dat iemand in het verpleeghuis “mocht” sterven. Palliatief beleid werd uitgevoerd, maar werd nog niet zo genoemd. Tijdens mijn opleiding was doodgaan van een patiënt een negatieve uitkomst van een behandeling. Er was daarna wel een analyse van het falen van de behandeling en de overlijdensdiagnose, maar geen aandacht voor het stervensproces van de betrokkene.
Van 1999 tot 2004 heb ik mijn vak gecombineerd met het vak consultatiebureau-arts, geboorte en dood, heel dicht bij elkaar. Een prachtige combinatie, maar door organisatorische problemen niet vol te houden. Ik maakte opnieuw de keuze voor verpleeghuisarts en heb nooit meer een impuls gehad om te veranderen en voel die ook nu niet. Het vak heeft zich meer wetenschappelijk ontwikkeld en is meer en meer in de schijnwerper komen te staan en het wordt nu ook buiten de muren van het verpleeghuis uitgeoefend.
Ik werk nog steeds als verpleeghuisarts, ben de 60 ver gepasseerd.
Het is een wijze van leven voor mij geworden, ik heb een schat aan ervaringen, die ik in kan zetten voor mijn vak. Ik zou nog steeds niet weten welk ander vak ik zou hebben gekozen als dit het niet was geworden.
Lea Peen, specialist ouderengeneeskunde
Helmond, oktober 2010
Lees het artikel van Lea over haar ervaringen in de combinatiefunctie verpleeghuisarts – consultatiebureau arts, gepubliceerd in het Tijdschrift voor Verpleeghuisgeneeskunde van 2002 (Vol 26, no 2): Zorgen voor Jong en Oud.
Lees meer over de ervaringen van Lea als SO op een ouderenpsychiatrie afdeling van de GGZ: de rol van de SO bij GGZ/ouderen.
In mei 2011 is Lea met een welverdiend pensioen gegaan. Lees haar ontroerende afscheidsspeech hier: Fouten Maken.
Terug naar: Dream Team











