Wondere Wereld van Dementie

Op 20 januari heeft Jos Cuijten van Breincollectief een prachtige en inspirerende lezing gegeven voor de Zorgboogregio Helmond/Laarbeek over de wondere wereld van dementie.

Een samenvatting van deze lezing is hier te vinden op de website van Alzheimer Nederland.

Twee concepten uit het verhaal van de wondere wereld van dementie vind ik met name heel erg bruikbaar in de praktijk.

Allereerst het onderscheid tussen Zenners – Dolers en Roepers. Jos maakt dit tot een verhelderend en bruikbaar concept, met name voor het zoeken naar individuele oplossingen bij probleemgedrag.

Het is de kunst om de dementerenden de juiste prikkels aan te bieden. Daarvoor is het belangrijk om te weten dat men de gedragingen van dementerenden kan onderverdelen in drie groepen:

  • Zenners: de bewegingloze, starende mensen, ze “zitten te zitten”. Ze geven zelf aan dat ze niks aan hun hoofd hebben. De zen-toestand is voor de dementerenden fijn, vermoeide hersenen komen tot rust. Het lijkt of ze slapen, maar ze slapen niet. Voor deze mensen is het soms juist een kwelling om bezig gehouden te worden. Hier worden ze moe van in hun hoofd. Ze hebben baat bij een stille omgeving met eventueel rustige muziek.

  • Dolers: gaan op zoek naar prikkels, vooral geluids- en bewegingsprikkels. Ze lopen de hele dag hun hersenen achterna. Zo kan het personeel de bewegende prikkel veroorzaken waardoor de dementerenden achter het personeel aan gaan lopen. Het is belangrijk voor deze dementerenden prikkels aan te bieden. Als er een bepaald loopcircuit is, kan hierin bv een discobal gehangen worden en verderop kunnen dia’s met oude beelden geprojecteerd worden. Door hier stoelen neer te zetten, kunnen de dementerenden even op adem komen om vervolgens, wanneer de hersenen zich weer vervelen, verder te lopen.

  • Roepers: in 95 % ex-dolers, houden zichzelf bezig door geluid te produceren. Ze gaan bijvoorbeeld op de tafel tikken, schreeuwen of klappen. Dit veroorzaakt trillingen in hun lichaam waardoor ze nog voelen dat ze er nog zijn.

Voor de dolers en roepers zijn te weinig prikkels funest omdat ze daar onrustig van worden. Ze willen weg uit een prikkelarme omgeving. Het is belangrijk om bij deze dementerenden geluids- en of bewegingsprikkels aan te gaan bieden. Te denken valt aan een lavalamp, vloeibare dia’s projecteren of ouderwetse muziek.

Een teveel aan prikkels kan echter chaos in het hoofd veroorzaken. Het is belangrijk om hier rekening mee te houden, bijvoorbeeld om ervoor te zorgen dat tijdens het eten geen tv of radio aanstaat. Eten is eten. Als de ene verzorgende beweegt, zit de andere stil.

Soms hebben dementerenden moeite met slapen of rusten. Dit kan komen doordat de slaapkamer of rustruimte te stil is. De hersenen zijn op zoek naar prikkels en dat maakt dat ze uit bed komen. Bij deze dementerenden kan het helpen om bijvoorbeeld een discobal aan het plafond te bevestigen, een muziekje op te zetten of een lavalamp uit te proberen.

Tot slot is het goed om te weten dat vaak onrustig gedrag bij dementerenden ontstaat door: teveel prikkels of te weinig, niet afstemmen, laten falen, teveel handelingen aan de persoon doen, bewegingsvrijheid ontnemen, dingen verbieden en dwang uitoefenen. En niet te vergeten gevoelens negeren.

Het tweede erg bruikbare concept gaat over het creëren van de ‘juiste plaatjes’ voor mensen met dementie. Ons brein denkt in plaatjes bij alles wat we doen. Simpele handelingen kunnen voor mensen met dementie heel moeilijk zijn omdat ze de situatie niet herkennen, er dus niet het juiste plaatje bij krijgen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn in de ADL zorg, maar ook simpelweg bij het gaan zitten in een stoel. De stoelen van nu zijn niet zoals mensen die herkennen vanuit vroeger. Gaan zitten kan dan een onoverbrugbare opdracht worden, want als je een stoel niet herkent als stoel, waarom zou je dan gaan zitten?

Jos zegt hierover:

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat we onze herinneringen opslaan in plaatjes. Het geheugen is eigenlijk een groot dik prentenboek vol met plaatjes, gevoelens, geuren, automatische taalpatronen en automatische bewegingspatronen. Plaatjes zijn nodig om dingen te herkennen. Bij mensen met dementie vervagen de laatste plaatjes het eerst. Vanaf het moment dat ze dement worden komen er geen nieuwe plaatjes bij. Zo herkennen dementerenden moderne meubels niet als dusdanig, waardoor het voor kan komen dat ze weigeren om op een moderne stoel te gaan zitten. Het plaatje ‘stoel’ is namelijk een plaatje van een stoel van vroeger. Hieruit blijkt dat een ouderwetse inrichting van belang is.

Plaatjes zijn persoonsafhankelijk. Het is aan ons om net zo lang te zoeken totdat we voor onze bewoners de juiste plaatjes kunnen bieden, zodat ze zich prettiger voelen. Bijvoorbeeld door oude spullen van vroeger te gebruiken, spullen die mensen altijd om zich heen hebben gehad en die herkenbaar zijn. Een oude kam, een oude radio, een schoenlepel, een oud scheerapparaat, enzovoort.

Al met al een zeer geslaagde lezing! Ik ben erg gemotiveerd geraakt om met de praktische tips aan de slag te gaan en getuige de opmerkingen na afloop met mij nog velen anderen!

Veel dank aan Manon Schillemans (Directeur Zorg Helmond/Laarbeek) en Elly van Rooy (afdelingshoofd Hazeldonk) voor de organisatie van deze mooie avond!

Heb je de lezing gemist? Het boek Wondere Wereld van Dementie is o.a. verkrijgbaar bij Bol.com voor het luttele bedrag van 9,95 euro. Verplichte literatuur voor iedereen die met mensen met dementie werkt!