Capaciteitsorgaan Rapport Specialist Ouderengeneeskunde

Het capaciteitsorgaan is opgericht in 1999 door veldpartijen in de zorg die een raming voor het aantal opleidingsplaatsen maken voor de basisartsopleiding en voor verschillende vervolgopleidingen om zo zorgvraag en zorgaanbod op elkaar af te stemmen. Zij bestaat uit 24 leden; 8 vanuit de zorgverzekeraars, 8 vanuit de beroepsgroepen en 8 vanuit de opleidingsinstellingen. Het capaciteitsorgaan wordt gesubsidieerd door VWS.

In het deelrapport 5 Specialist Ouderengeneeskunde adviseert het capaciteitsorgaan een gewenste instroom van 109 aios S.O. per jaar. Daarbij geldt ook een advies van 20 naar 36 instroomplaatsen voor verpleegkundig specialisten chronische zorg/nurse-practioners voor de gewenste substitutie en taakherschikking.

Het capaciteitsorgaan kiest voor een lage inschatting van toekomstige opleidingsplaatsen voor SO en benoemt dat veel factoren nog onzeker zijn.

Men denkt aan vergaande substitutie, taakherschikking en verdere verbetering van patiëntlogistiek. Ook zullen meer huisartsen werkzaam zijn in de ouderenzorg, zal de ontwikkeling van zelfmanagement toenemen en zal er een verandering van gedachtengoed (paradigmashift) plaats vinden waarbij ouderen meer op hun kracht worden aangesproken en er minder overname van zorg zal zijn.

Een reactie….

Paradigma shift: Prima! Aandachtspunt blijft dat door functionele- en cognitieve beperkingen men vaak niet in staat is geheel eigen regie te voeren en dat juist aandacht nodig is voor deze beperkte regiefunctie – grijs gebied of glijdende schaal. Ook ziet men bij ouderen veel comorbiditeit en toegenomen ziekte-jaren; denk aan diabetes mellitus, hartfalen, COPD, status na CVA.

Ook spreekt het rapport van KNMG 2010 ‘sterke medische zorg voor kwetsbare ouderen’ juist van pro-actieve en gestructureerde medische zorg voor een grote groep kwetsbare ouderen in de eerste lijn. Tijdige signalering van problematiek en inzet van zorg en behandeling kan maken dat ouderen zo lang mogelijk en zo goed mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen en eigen regie kunnen voeren.

Er ligt een grote uitdaging en aantrekkingskracht voor specialisten ouderengeneeskunde in allerlei samenwerkingsvormen met huisartsen in de eerste lijn. Ook GGZ-functies in de eerste lijn, in de geriatrische revalidatie en in kwaliteitsverbetering van medische zorg bij de groeiende groep ouderen met uitgebluste psychiatrische ziektebeelden binnen de GGZ. Er zal capaciteit van SO nodig zijn om mede vorm te geven aan deze nieuwe ontwikkelingen.

Specialisten ouderengeneeskunde hebben, bij uitstek, kennis van en ervaring met kwetsbare ouderen en mensen met chronische ziekten met veel comorbiditeit en complexe zorgvragen. De vraag naar inzet van SO’s zal in de komende jaren – met de toenemende vergrijzing en de exponentiële groei van het aantal kwetsbare ouderen – dus eerder toe- dan afnemen.

De tijd zal leren of de raming met het aantal van 1987 specialisten ouderengeneeskunde in het jaar 2028 zal voldoen aan de vraag van zorg voor kwetsbare ouderen.

Ik bemerk al langere tijd een toename in complexe problematiek en een toename in zorgzwaarte bij clienten opgenomen in het verpleeghuis. Ook is er een toename in de vraag om extern onze expertise in te zetten. Op dit moment is het nog slechts in beperkte mate mogelijk om aan deze vraag vanuit de eerste lijn te voldoen.

Het capaciteitsorgaan geeft aan dat de vervolgopleiding voor S.O. blijkbaar niet aantrekkelijk is voor basisartsen. Er is daarbij weinig aandacht voor zij-instroom van artsen met reeds werk- en levenservaring die voorheen zelf konden onderhandelen over arbeidsvoorwaarden en salariëring bij het verpleeghuis. In Nijmegen wordt het vak van S.O. al vroeg in de basisopleiding geïntroduceerd en dit zal mogelijk in de toekomst meer enthousiaste basisartsen opleveren. Verder is de opleiding misschien aantrekkelijker te maken door verdergaande integratie met de huisartsenopleiding met als kopstudie ouderenzorg.

Ook zullen de werkomstandigheden, salariëring en toekomstmogelijkheden in het werkveld voor de huidige specialisten ouderengeneeskunde aantrekkelijker gemaakt moeten worden om hen te behouden voor dit prachtwerk!