Dokter Feelgood

Op de gang in Bakel is er reuring; bezoek komt en gaat, verder loopt de een er zijn honderd meter, de ander rolt er driftig op los (een heel eind als je de wielen van je rolstoel zelf moet laten draaien) en er zijn veel ontmoetingen op die gang. Vandaag kwam ik een oud-client tegen, zij met haar rollator en ik met m’n nieuwe netbook onder de arm, bijna gebotst. Ze was verrast me te zien, ik haar ook. Toen zij naar huis ging na haar revalidatietraject, hebben alle verzorgenden en medewerkers een persoonlijk gedicht van haar gehad als afscheidskado. Ik kreeg een aai over m’n wang en een ietwat onsamenhangend verhaal over medicatie, ach zei ze dat hoef jij niet meer te weten. Ze gaf me een goed gevoel, ik heb het gedicht weer opgezocht:

Flower Rolstoel

Dokter

Alweer een arts…alweer
Voor de zoveelste keer..
Wat nu.. Wat dan.. Ojee…
Wat stond me te wachten.. Onee…
Ja, dacht ik.. En nog veel meer…
En toch veranderde dat in één keer…
‘t klikte… Of zoiets.. Echt waar..
Ronduit kan ik zeggen daar…
Maar dat heb ik gezegd.. Vooraf.. Dan..
Zodat ze weet wat ze verwachten kan!
Dus zeg ik het ronduit.. Dat is okee.
Zo bereiken we het meeste ermee.
Het zal niet voor ieder gemakkelijk zijn dan..
Maar als je zo ‘t meeste bereiken kan!!

Twee blauwe ogen in een rond gezicht…
Een vriendelijk lachend gelaat naar je gericht…
Een gezicht wat ook ernstig kan zijn dan..
En ook ernstig en bezorgd kijken kan…
Een rustig persoon… En dan.. Opeens… Heel sprankelend.. Gewoon…
En zo zie ik u het liefste.. Echt waar…
Net een mooie.. Heldere regendruppels daar.
Blinkend in het zonlicht.. Kleine dingen…
Die klaar zijn om kapot te springen…
Kleuren van pracht en licht…
In al zijn kleuren een klein gedicht…

Leesvoer

Ik heb nog een oud boekenlijstje uit het Medisch Contact van lang geleden. Altijd bewaard en langzamerhand afgewerkt ofwel gelezen, dat lijstje wil ik wel met jullie delen, ik heb er veel plezier aan gehad.

Boek

De Toverberg, Thomas Mann, 1923
Inhoudelijk zeer rijke en gelaagde roman over een sanatorium voor tbc-patienten dat dient als het toneel voor een zieke en uitgeputte cultuur. Hans Castorp bezoekt zijn doodzieke neef, wil drie weken blijven, maar blijft uiteindelijk zeven jaar en wordt zelf patiënt.

Hersenschimmen – J. Bernlef, 1984
Wat gebeurt er met een mens als hij dementeert? De auteur bericht over de mentale ineenstorting van de hoofdpersoon ‘van binnenuit’. Dat de roman desondanks volkomen geloofwaardig blijft, is een grote prestatie.

Nee, heb je -Renate Rubinstein, 1985
Eerlijk, zonder schroom en in haar onmiskenbaar persoonlijke stijl schrijft Rubinstein over haar ziekte M.S. Geen fictie, maar een fascinerend egodocument.

Reis naar het einde van de nacht -L.F. Celine, 1938
Zwartgallig en hopeloos stemmend boek over de arts Bardamu en zijn uitzichtloze tocht door een absurde wereld. Zijn Parijse patiënten zijn zonder uitzondering bekrompen, egoïstisch en paranoïde. ‘je kunt je maar beter geen illusie maken, de mensen hebben elkaar niets te vertellen.’

De Pest -Albert Camus, 1942
De arts als moderne Sisyfus. In een Algerijnse stad breekt een pestepidemie uit. De strijd tegen de ziekte lijkt een hopeloze onderneming, maar wordt uiteindelijk toch gewonnen. Daarna zal geen van de betrokkenen ooit meer dezelfde zijn.

Zaal 6 – Anton Tsjechov, 1892
Novelle over een hospitaal in een Russische provincieplaats, waar vreselijke misstanden heersen en waaraan de inzichten van de medische wetenschap zijn voorbijgegaan.

Met Open Ogen – Rupert Thomson, 1995
Huiveringwekkend relaas over ‘fantoomzien.’ een kogel in zijn hoofd maakt dat de hoofdpersoon voor altijd blind zal zijn. Althans dat beweert zijn chirurg. Hijzelf weet wel beter: zijn chirurg gebruikt hem voor een medisch experiment: hij kan immers wel degelijk zien!

Het Hermetisch Zwart -Marguerite Yourcenar, 1968
In gebeeldhouwde zinnen verteld verhaal over de zestiende-eeuwse arts en alchemist Zeno. Hij zwerft door het Europa van die dagen, krijgt te maken met de pest en werkt als arts aan het hof. Met één been nog in de Middeleeuwen en het andere in de Renaissance, is Zeno een typische overgangsfiguur. Grandioos tijdsbeeld.

Ons mankeert niets -Willem Jan Otten, 1994
Wat moet een huisarts doen als iemand dood wil? Ethisch dilemma vervat in een spannende roman.

Het Refrein is Hein -Bert Keizer, 1993
Prachtig geschreven verslag over de gang van zaken in een verpleeghuis. Geen medische hoogstandjes; maar dagelijks gemodder.

Nog toegevoegd:
De bekentenissen van Zeno – Italo Svevo
In al deze episoden zoekt Svevo/Zeno naar de oplossingen van zijn psychologische problemen, wijsgerig, humoristisch en subtiel. Zijn waarnemingsvermogen is fenomenaal; als er iemand geen psychiater nodig heeft is het Zeno wel! Gelukkig achterhaalt zelfs hij niet de oorzaak van de dingen die gebeurd zijn; dat maakt het alleen maar intrigerender, als het leven zelve…”

Nu ben ik wel door dit lijstje heen en op zoek naar nieuw leesvoer, altijd leeshonger!

Heb je suggesties, laat het weten!