4. Mijn verhaal

In maart ben ik begonnen aan de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde en inmiddels heb ik nog maar twee maanden te gaan in het eerste jaar. Het nieuwe jaar leek mij een uitstekend beginpunt om mijn blog over mijn dagelijkse belevenissen te starten.

Gisteren tijdens het Tweede Kamerdebat over de avondklok, stelde Pieter Heerma van het CDA voor om meer verhalen te gebruiken om de noodzaak van de huidige coronamaatregelen te benadrukken. Hij liet daarbij een stuk uit de Barneveldse Krant over een 12 jarig meisje dat al 11 maanden in quarantaine zat, omdat haar moeder een donorlever heeft. Bij deze mijn verhaal.

In maart waren wij al meteen een van de getroffen verpleeghuisorganisaties. We hadden enkele zieke artsen die niet getest werden, want daarvoor moest je in het ziekenhuis liggen, maar het vermoeden was wel heel groot. De eerste COVID-19 patiënt die ik zag, herkende ik niet eens, want ze hoestten, maar hadden geen koorts en waren niet in Italië of China geweest of in contact geweest met mensen die daar waren geweest. De casus die toen beschreven was om te testen, vereiste deze criteria.

Uiteindelijk had ik een patiënte met koorts, maar zonder hoestverschijnselen. Ze had wel een flinke geprikkelde buik, was diepdement en kon geen overige klachten aangeven. We hebben haar getest, omdat buikklachten inmiddels ook werden beschreven. Ze bleek positief. Drie dagen later overleed ze, net als een derde van die afdeling en de afdeling een verdieping erboven.

Protocollen wisselden iedere dag. Ik zag de zorg moeite hebben met de steeds wisselende maatregelen. Mochten ze echt vijf minuten naar binnen bij een coronapatiënt zonder bescherming? Ja dat mocht echt. Ze zaten nooit zonder materiaal bij ons in de organisatie. Wel zijn we aan de slag gegaan met tape om de schorten bij de mouwen aansluitend te maken, maar we hadden tenminste iets. Dus meneer van Dissel, ik twijfel ernstig aan uw opmerking over het opleidingsniveau van de zorg. Zolang wij geen goede maatregelen vanuit het RIVM krijgen of goede beschermingsmiddelen kunnen gebruiken, kunnen we de epidemie ook niet inperken.

Een paar dagen nadat ik op de uitbraakafdeling was geweest, kreeg ik zelf klachten met hoofdpijn, benauwdheid en vermoeidheid en de verdenking COVID was daar. Testbeleid was er toen nog niet, dus het werd niet officieel vastgesteld. Na een week begon ik vanuit mijn quarantaine alweer de eerste telefoontjes te plegen, want mijn hulp was hard nodig. Later zou blijken dat ik langdurige klachten had en ging in revalidatie.

In maart, april en mei hadden we ongeveer een oversterfte van 150 mensen in ons verpleeghuis. De zomer werd rustiger, maar in oktober en november begon het opnieuw. Mijn eigen afdelingen zijn gespaard gebleven in de eerste golf. Maar de tweede golf treft hen des te harder. Ik zit weer thuis met covid-19, opnieuw opgelopen ondanks de regels van de RIVM. En ja meneer Baudet, ook mensen onder de 70 kunnen dus getroffen worden door COVID-19 en geloof mij, zelfs voor iemand onder de 30 is dit erger dan de griep. We houden ons dus niet alleen aan de maatregelen voor de 70 plussers.

Op mijn beide somatiek afdelingen zijn op dit moment grote uitbraken, waarbij meer dan tweederde van de bewoners besmet zijn. Komt dit dan door het opleidingsniveau van de verzorging? Néé. De zorg doet er alles aan om het virus buiten te houden. Maar er is nu eenmaal zware dagelijkse zorg nodig en dat vergt vaak langere tijd bij elkaar zijn binnen de anderhalve meter. Dan zijn zelfs mondkapjes niet genoeg. Bovendien is er de ruimte niet om alle bewoners uit elkaar te zetten met anderhalve meter ertussen en de bewoners hun sociale omgeving ontnemen is ook geen optie. In het verpleeghuis kijken we naar meer dan alleen de medische kant.

Dus de enige manier om de epidemie in te dammen is ons aan de maatregelen te houden en daarmee het aantal besmettingen in de maatschappij naar beneden te brengen. Dan volgen de verpleeghuizen vanzelf. En natuurlijk voorkom je niet alle besmettingen, maar wel een groot percentage, waardoor het inmiddels beruchte R-getal naar beneden gaat.

3. De zieke dokter

In maart ben ik begonnen aan de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde en inmiddels heb ik nog maar twee maanden te gaan in het eerste jaar. Het nieuwe jaar leek mij een uitstekend beginpunt om mijn blog over mijn dagelijkse belevenissen te starten.

Op een van mijn dementieafdelingen zit een man. Hij is begin negentig en kan niet stilzitten. Zijn dementie is nog niet vergevorderd en hij gaat twee keer per dag een uur wandelen. Toen dat in maart niet mogelijk was vanwege het feit dat de verpleeghuizen op slot gingen, vond hij dat verschrikkelijk. Hij was wel bang voor corona, maar vergat ook alle maatregelen weer. Toen de verpleeghuizen weer open gingen, was hij één van de eersten waar we een oplossing voor moesten bedenken, want anderhalve meter houden was geen optie voor hem. Hij vergat namelijk dat hij dat moest doen. De 1e  verpleegkundige heeft samen met het afdelingshoofd een badge voor hem gemaakt dat iedereen anderhalve meter moet houden. Nu vraagt hij er iedere keer om als hij gaat wandelen naast het verpleeghuis en kan hij zijn wandelingetje weer maken.

Aan hem moest ik denken toen ik dinsdagochtend de steile trap bij de huisarts nauwelijks op kon, omdat ik te benauwd was en te veel moest hoesten.  

Vrijdagavond voordat ik naar bed ging, kreeg ik wat keelpijn en voelde ik me niet helemaal fit, algemene malaise in dokterstaal. Ik sloeg er geen acht op, al wist ik ergens in mijn achterhoofd al wel dat dit meer was dan de keelpijn die ik normaal had. Zaterdag verergerde mijn klachten en kreeg ik ook hoofdpijn.

Zondagochtend stond ik om half 9 bij de teststraat. Mijn vriend haalde alvast een flinke berg boodschappen in huis, want hoewel het al de 5e keer was dat ik werd getest (4 keer was hij negatief terug gekomen), herkenden we beiden mijn klachten van eind maart toen ik ook ziek was geweest. Daarvan zei de longarts later dat het corona was geweest.

Zondagavond had ik een positieve coronatestuitslag op de site staan. Het eerste wat ik dacht was, hoe dan? Ik zag namelijk heel weinig mensen, omdat ik zowel mijn familie als mijn patiënten wilde beschermen tegen het virus. Op mijn werk had een verzorgende ook corona gekregen. Ik had met haar in één ruimte gezeten, maar op anderhalve meter afstand. Het is de enige bron die ik kon bedenken.

Bovendien was ik toch beschermd? Ik bedoel ik was in maart niet voor niets zo ziek geweest toch?

Maar helaas, ik was toch echt positief.

Inmiddels is het dag 8. De benauwdheid is wat gezakt, maar mijn conditie is nog niet terug en ik kan alleen maar aan die drieënnegentig jarige man denken die nog altijd iedere dag gaat wandelen. In de lockdown heeft hij wel wat conditie verloren en hij moet wat vaker stilstaan, maar hij heeft nog steeds meer conditie dan ik heb op dit moment. En als dat dan zo is, weet je dat je als dokter de patiënt bent geworden.

2. Tijd

In maart ben ik begonnen aan de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde en inmiddels heb ik nog maar twee maanden te gaan in het eerste jaar. Het nieuwe jaar leek mij een uitstekend beginpunt om mijn blog over mijn dagelijkse belevenissen te starten.

Dinsdag is de drukste dag van mijn week. Om de week ben ik op mijn afdelingen somatiek en in de andere week op mijn pg-afdelingen. Afgelopen week was de beurt aan mijn afdelingen somatiek en het was de eerste keer na mijn vakantie van drie weken voor kerst, dus dat is dubbel zo druk. Daarom liepen we ook een beetje uit. We hadden drie MDO’s. Dat zijn besprekingen over een patiënt, waarbij familie, de patiënt zelf, arts, psycholoog, een verpleegkundige en een verzorgende in ieder geval aanwezig zijn. Soms sluit ook de fysiotherapeut, de ergotherapeut of de logopedist nog aan, afhankelijk van hoe betrokken ze zijn bij de patiënt.

Het eerste MDO liep uit. Het volgende MDO was zonder familie, maar met de patiënt zelf, want vanwege de coronamaatregelen was familie er niet bij en kon niet deelnemen via videobellen.

De man had vroeger bij de marine gewerkt en was een man van de tijd. Vijf minuten na de geplande tijd werd hij binnen geroepen en hij was boos. Hij vond dat het echt niet kon wat wij deden en er was geen speld tussen betoog te krijgen. Na mijn uitgebreide excuses en een lach van de coördinator zorg, was het goed en mocht ik zelfs een filmopname maken voor mijn opleiding.

De man was bij ons komen wonen na een beroerte en had nu problemen met de slagaders in zijn rechter been. De zorg had een paar weken geleden terloops opgemerkt dat zijn tenen paars werden als hij zijn steunkous aan had. Hij had daar nog niet zoveel ernstigs in gezien, totdat ik zei dat zijn slagaders waarschijnlijk aan het dichtslippen waren. Na aanvullend onderzoek bleek dit ook daadwerkelijk zo te zijn. Hij kreeg van mij het advies om veel met zijn been te gaan bewegen om nieuwe bloedvaten te gaan vormen, omdat hij niet meer naar het ziekenhuis wilde en een behandeling bij de vaatchirurg dus geen optie was. Bovendien hield hij bloedprikken en andere controles af.

Enthousiast vertelde hij dat hij aan de slag was gegaan met sporten en hij vond het jammer dat hij niet meer dan tien minuten kon fietsen bij de fysiotherapeut. Hij was dan ook te porren voor een zitfietsje op zijn kamer en een trippelrolstoel, zodat hij zelf kon bewegen. Hij vertelde ook over de acht jaar die hij in Thailand had doorgebracht en de ziektes die hij daar had opgelopen. Als laatste besprak ik zijn beleid en het feit dat als er een wondje op het been kwam de kans groot was dat hij ging overlijden. Hij zei met een grote glimlach: ‘Maar dokter, ik kan maar één keer de pijp uit, dat vind ik niet erg. Ik heb zo’n mooi leven gehad.’

Precies na een half uur had hij genoeg van het gesprek en vertrok hij in zijn rolstoel na een vriendelijke groet. Het bleef natuurlijk een man van de tijd.

1. Moederschap

In maart ben ik begonnen aan de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde en inmiddels heb ik nog maar twee maanden te gaan in het eerste jaar. Het nieuwe jaar leek mij een uitstekend beginpunt om mijn blog over mijn dagelijkse belevenissen te starten.

Voor het tweede jaar op rij mag ik het oude jaar verlaten en het nieuwe jaar inluiden met een oproepdienst. Dus net als vorig jaar lag naast de oliebollen en appelbeignets mijn werktelefoon op tafel. Daarnaast was de studeerkamer boven voorbereid op een dienst en zat ik samen met mijn vriend op de bank, nou ja na acht uur meer op de bureaustoel dan op de bank. Het enige verschil is dat er naast mijn vriend verder niemand beneden was, want ja corona was niet plotseling verdwenen voor de feestdagen, helaas.

Ook waren er wat minder knallen te horen dan vorig jaar, hoewel er toch nog aardig wat vuurwerk te zien was. Dat zien van vuurwerk was vorig jaar een probleem, want wat waarschijnlijk niet iedereen meer weet is dat vorig jaar dichte mist het zicht verpestte. Mijn moeder, die vorig jaar wel was gekomen, belde me in de auto op de terugweg nog op om te zeggen dat ze wel zouden omkeren. Dan kon mijn vader samen met mij door de dichte mist rijden als ik opgeroepen werd. Wat zullen we zeggen? Moeders blijven altijd zorgen, ook al is hun kind inmiddels al volwassen.

Zelfs op mijn dementieafdelingen is dat nog altijd te zien. Van ‘ik moet naar huis, want ik moet eten koken voor mijn kinderen’ tot ‘waar zijn mijn kinderen nou, er is toch niets ergs gebeurd?’ Alles komt wel een keertje voorbij.

Op één van mijn afdelingen, waar ik arts was voordat ik in opleiding ging, woonde een vrouw die al jaren was opgenomen met dementie. Ze liep altijd rond met een kinderwagen met haar pop. Ze maakte iedere dag kilometers, de Nijmeegse vierdaagse was er niets bij. ’s Nachts ging haar ‘kindje’ mee in bed en kreeg alle ruimte, zoveel zelfs dat zij maar een klein randje voor zichzelf over hield en het zorgpersoneel bang was dat ze uit bed zou vallen. Dat is gelukkig nooit gebeurd en ik weet zeker dat haar baby heerlijk heeft geslapen in dat grote bed.

Moeders stoppen nooit met zorgen…